Serendipity

24 december 2014 t/m 18 januari 2015

Tentoonstelling

Opening: zaterdag 3 januari 17.00 uur
Uitloop: zondag 18 januari 17.00 uur

Ria Diercks Kroon vroeg vijftien kunstenaars/vrienden van wie zij het werk goed kent, over dit thema na te denken en na te gaan of zij de sensatie van serendipity herkenden. Daarna vroeg zij hen om dit fenomeen te tonen in een of twee werken die voor hen een belangrijke onverwachte vondst inhielden. Het is mogelijk dat ze een oud werk ‘ontstoffen’, verkocht werk voor de expositie terug willen lenen, of misschien een verjaarde vondst weer nieuw leven in willen blazen. Het leverde voor de kunstenaars een interessante ontdekkingstocht op die zij graag zichtbaar willen maken aan de bezoekers van de tentoonstelling.

Haagse Kunstkring
Denneweg 64, 2514 CJ Den Haag, (070) 3647585

Openingstijden

– woensdag t/m zaterdag 11.00 – 17.00 uur
– zondag 13.00 – 17.00 uur
– toegang gratis

Het fenomeen ‘serendipity’, de ongezochte vondst, is een fascinerend iets. Het is de gave om iets bruikbaars, iets nieuws te ontdekken terwijl je naar iets anders op zoek was. Op deze manier zijn er in de natuurwetenschappen veel ontdekkingen gedaan.

Het begrip wordt weinig gebruikt in de kunsten. Toch is het voor Ria Diercks Kroon bij uitstek geschikt om bepaalde ‘onvoorziene’ processen, vondsten, of stijldoorbraken te benoemen. Elke kunstenaar kent in het ontstaansproces van zijn werk, het geluk dat hem toevalt door een onverwachte vondst waar hij totaal niet naar op zoek was. Soms ontstaat die door ‘een fout’ die de maker op het andere been zet of ertoe brengt een andere oplossing te zoeken, en vaak een totale andere richting aan het werk geven. Dat kan zowel tot uitdrukking komen in de materie als in de techniek.

 

Ria Diercks Kroon

Het fenomeen “Serendipity”, je ongezochte vondst, heeft mij al heel veel jaren gefascineerd, de gave om iets bruikbaars, nieuws te ontdekken terwijl je naar iets anders op zoek was.
Vanwege de aard van het begrip het on-voorspel-bare karakter, het pure toeval zijn in de dynamiek ervan veel ontdekkingen gedaan. Iets dat je “toe-valt”, niet iets “toevalligs”.
Allereerst de geschiedenis van het ontstaan van dit begrip.
 
AmirKhusrow
De naam is “geboren” naar verwijzing van het originele sprookje van “De drie prinsen van Serendip”. Dit vertelsel komt uit een bundel van acht verhalen, de Hasht Bihist (De Acht Paradijzen, 1302) van Amir Khusrau, een befaamd Perzisch dichter.
het Verhaal werd al in 1374 in het Italiaans vertaald, en daarna door de eeuwen heen in vele andere talen geciteerd (in het Nederlands in 1766.). Het is het hoofdthema van het verhaal, de staaltjes van scherpzinnigheid komen o.a. in Hamlet voor.
Het sprookje vertelt dat als de drie prinsen van Serendip (het oude Sri Lanka) reisden, ze steeds nieuwe ontdekkingen deden door toevalligheden & scherpzinnigheid van dingen waar ze niet naar op zoek waren.
 
 
[“The Three Princes of Serendip”, “The Three Princes of Serendip”]

One day, the three Princes of Serendip leave their father, the King, to search for glory and treasures that will honor their father and gain his favor. They do not travel as Princes and, thus, they find much hardship and human suffering along the way. Also, too, they discover, quite unexpectedly, great good in the most unlikely of situations, places, and people. To commemorate finding valuable and agreeable things not specifically sought, the three Princes of Serendip coin a word called ‘serendipity’. There is another word, an ancient word, used by the Princes to describe the power to transform the tragedies of life by focusing on the good hidden within them.

It is told that one day the Princes came upon a great river with rushing, roaring waters. Beside the river a man in fine robes sat weeping and cursing the gods. ‘O worthy one,’ spoke the eldest of the brothers, ‘what think ye the gods have brought upon thy worthy head?’ ‘Calamity and catastrophe,’ wailed the man loudly, cursing the evil that has befallen him. ‘Tell us your story,’ begged the second brother as they gather around the sobbing man. ‘Indeed, for perhaps we may be of service to you,’ announced the youngest of the three.

‘None can help me,’ the man moaned in reply, staring sadly at the rushing river. ‘For there lies my fortune and my future. I am a merchant and I have gathered many fine things from all the known kingdoms of the world. There I built my palace, beside the banks of the river. Never has the river, in even ancient memory, run over the bank where I built my palace and stored my treasures. But now, behold. It has stolen all my most precious things.’ Again the merchant began to wail loudly.

The Princes gazed at one another and in unison they joyfully raised their voices to cry: ‘Apocatastasis!’ Bewildered, the merchant demanded the meaning of such a reaction to his sad tale. ‘It is a magical and mystical word,’ the oldest brother told him, smiling broadly at the merchant. ‘It means,’ added the second brother, whose smile was even wider, ‘that if you search for the good in this seeming misfortune you will find greater fortune.’ ‘We leave you then with joy in our hearts,’ the youngest brother announced, his smile the widest of all, ‘for with this tragedy we know you have been blessed.’

With that, the brothers rode away, leaving the merchant to ponder on their words. Many years later, the Princes returned, stopping at the very spot along the river where last they had left the merchant. A servant ran breathlessly towards them and shouted in greeting: ‘O good brothers, my Master saw you riding from afar and he invites you to rest and partake of his hospitality.’

Following the servant, the Princes came to a great palace built on a high cliff above the river. There, the merchant greeted them, smiling so broadly his teeth sparkle brightly in the sun. ‘Welcome my friends!’ he hailed them, ‘and thanks be to the gods for your return. I have much to tell you and much for which to thank you. First, please, rest and prepare for the evening meal, at which you shall be my most honored guests.’!

Later that evening, after all at the palace had gathered to share the finest of wines and most delectable of foods, the merchant stood and bowed to the Princes. ‘My friends,’ he began, ‘when last we met, you gifted me with a word; a strange word, with a strange meaning. A magical, mystical word, you said, and as I pondered upon this, I watched the angry, swollen river.

Suddenly, I recalled my boyhood spent along the banks of this river. How I had loved the river! And it had returned my love with friendship. It had shared my play and my dreams. It had even spoken to me, many times. I had forgotten that as a man, but I remembered now, and I became quiet in my heart, listening intently to the rushing waters. They were speaking, it seemed to me, of my palace.

´This is not the place,´ the river whispered urgently. ´Lift your sights and you will see.´ ‘I looked above the river. There was a promontory high above it I had not considered this spot before as it was somewhat difficult to reach, but as I gazed upon it I allowed my heart to lift. I realized the river was telling me a more magnificent view of its span would bring me greater joy than sitting along its banks.

´Apocatastasis!´ I shouted aloud, and joy filled my heart, even though I had lost all of my treasures and most of my wealth. ‘I sent my servants up the mountain to mark out the foundations for the palace I would someday build. My servants, in working the earth, discovered a field of priceless jewels. ´Apocatastasis!´ I cried out once again when they brought this news to me.

‘With the wealth brought to me by the river, I built a grander palace than any I could have imagined. I invited all that I knew from all the Kingdoms I had traveled to come and partake of the generous hospitality I could now afford. ‘My friends have come and they bring treasures that fill my many room; though the company they bring is more precious than these gifts. I feel blessed beyond measure, and the youthful zest of my youth has been returned to me. My friends, my family, my good health – these are my greatest treasures. From my misfortune has, indeed, flowed the greatest good.’

Together, the merchant and the Princes raised their wine and in unison toasted as one: ‘APOCATASTASIS!’

 
HoraceWalpole
Het was de Britse briefschrijver Horace Walpole die in 1754 het woord “Serendipity” als begrip vorm gaf; maar pas in 1833 kwam het voor in “drukvorm”, dus werd het in boeken gebruikt/gedrukt, aanvankelijk vooral in de alfawetenschappen en pas veel en veel later -1945- door de bèta’s als fenomeen beschreven.
Hoewel in feite weinig gebruikt in de Kunsten, vind ik het zelf een begrip dat er bij uitstek voor geschikt is om bepaalde “onvoorziene” processen/vondsten/stijl-doorbraken aan te benoemen.
Elke kunstenaar kent in het denk-/ontstaansproces van zijn werk, het geluk dat je toevalt door een onverwachte vondst waar je totaal niet naar op zoek was, soms ontstaan door “een fout”, die je op het ander been zet, je noodt een andere oplossing te zoeken, en vaak een totale andere richting aan je werk geven. Dat kan zowel tot uitdrukking komen in de materie als in de techniek; een nieuwe gedachtegang van het werkconcept, waarin andere verbindingen worden gelegd. Zienswijzen die zowel materieel als conceptueel op een andere onverwachte manier vorm krijgen, een “andere draai”.
 
Ik vind het zo’n interessant onderwerp dat ik een 15-tal kunstenaars/vrienden waarvan ik het werk goed ken, gevraagd heb over dit thema na te denken of zij er iets mee hadden, ook in die zin de sensatie van het “Serendipity”-verschijnsel   herkenden. Of het van invloed was voor een of meerdere fases van de specifieke veranderingen in ontwikkeling van hun werk.
Dit wil niet zeggen dat zij zich nu ineens op dit onderwerp als zijnde een nu te verwerven thema moeten storten. Iets nieuws moeten maken.
Dat kan niet: dat is in strijd met het begrip Serendipiteit (ik gebruik het woord verder niet omdat het voor mij niet zuiver voelt, te gemààkt).
Mijn vraag aan hen nu zij besloten hebben mee te doen aan de expositie is of zij dit fenomeen willen tonen in een of twee werken die voor hen een belangrijke onverwachte vondst inhield. Ik wil graag dat zij gaan terug kijken in de ontwikkeling van hun werk. Wanneer ontstonden die “Serendipity”-momenten?
Ik voel aan het werk van de kunstenaars die ik uitgenodigd heb dat het “Serendipity” uitstraalt.
Het is mogelijk dat ze een oud werk gaan “ontstoffen”, verkocht werk even voor de expositie terug willen lenen, of misschien een verjaarde vondst weer nieuw leven in willen blazen.
Iedereen zal ik vragen een klein stukje te schrijven, waarom het werk dat ze tonen zo’n speciale plek inneemt, wat de ontstaansgeschiedenis is geweest. Dat zal in een map ter inzage liggen.
Plan is na afloop een boekje te maken van de expositie en die teksten erin te verwerken.
Ik ben ervan overtuigd dat het thema, het fenomeen “Serendipity” een zeer interessante ontdekkingstocht wordt voor zowel de kunstenaars zelf als de kijkers. En dus een fenomenale museale expositie zal vormen.
 Op de expositie zal een resumé van dit verhaal op de wand gedrukt worden (folie).

Deelnemende terra-vivakunstenaars: Lili BergerRia Diercks KroonIrma den HertogBirke HesseStéphanie KnageAad LedeboerVivienne Lopes de Leão LagunaErik Rumpff en Thea Schenk.

Descargar musica